Voorwoord bij nummer 124 door Hans van den Broek
In Uytbeyndel 117 gingen we in op de algemene gevolgen van kou lijden in het verleden. Met de nieuwe winter in aantocht kijken we in deze editie naar de overige effecten van blootstelling aan kou. Daarbij is nu de aandacht gericht op het persoonlijke leed dat hieruit voortkwam.
In Uytbeyndel 122 beschreven we een route langs onze kapelletjes en andere bezienswaardigheden. Vanuit onze achterban kwam de wens naar voren om een totaal beeld van de kapelletjes in onze gemeente te schetsen. Bij deze dus. Hierbij valt op dat de meeste kapellen van na 1900 dateren. Dat gaf ons meteen de gelegenheid het begrip kapel nader toe te lichten.
Het artkel over de herder in nummer 120 riep de vraag op wat nu een breischei was en hoe die gebruikt werd. Daar bleken de gedachten over uiteen te lopen. Dat lichten we in deze editie toe mede aan de hand van het boekje van Hendrik Wiegersma.
Frans Aarts reconstrueerde de gang van zaken die leidde tot het graven van ons eigen Deurnes Suezkanaal. Het bleek een combinatie van politieke spelletjes, tijdrekken en geld verspillen te zijn. Dit alles werd destijds door onze eigen Herman Ouwerling ongeremd van kritiek voorzien. Lees met
een glimlach hoe wij aan zo’n luxe ‘kanaal’ kwamen. En op de achtergrond zien we dat stiekum ook wel sprake was van rivaliteit tussen Limburg en Brabant.
Een fraaie vondst deed Jan Casper van Beek in zijn familiearchief. Het is een unieke foto van jongedames in Nederlandse klederdrachten. Het bijzondere voor ons is dat zijn tante Erna er op te zien is met een typisch Deurnese poffer. Die hebben we ooit in 2001 beschreven in Uytbeyndel nummer 47.
Uit de enquête onder u, lezer, bleek dat u graag las over Deurne zelf in verschillende onderwerpen. Zoiets als dit nummer dus…
De redactie wenst u enkele genoeglijke leesuurtjes!

